Sondevoeding is vloeibare voeding die via een dun slangetje rechtstreeks in je maag of darm loopt. Je krijgt ze als je niet genoeg kan, mag of wil eten, bijvoorbeeld door slikproblemen, na een operatie of tijdens een zware behandeling. Thuis helpt een thuisverpleegkundige bij het geven van de voeding, de verzorging van de sonde en de huid, en het toedienen van medicatie via de sonde.
Waarom sondevoeding?
Sondevoeding bevat alles wat je lichaam elke dag nodig heeft: eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen en vaak ook vezels. Je arts beslist of je sondevoeding nodig hebt. Een diëtist bepaalt welke voeding je krijgt en hoeveel.
Soms is sondevoeding een aanvulling naast gewoon eten. Soms krijg je al je voeding via de sonde. Dat kan voor enkele weken zijn, of voor langere tijd.
Welke soorten sondes zijn er?
Neussonde
Een neus-maagsonde loopt via je neus en keel naar je maag. Ze wordt vooral gebruikt als je voor een korte periode sondevoeding nodig hebt, enkele weken. Een pleister op je neus of wang houdt ze op haar plaats. Soms loopt de sonde verder tot in de darm. Dat heet een neus-darmsonde.
PEG-sonde
Een PEG-sonde loopt door de buikwand rechtstreeks in de maag. Ze wordt geplaatst tijdens een kijkonderzoek van de maag. Een PEG-sonde kiest men als je langere tijd sondevoeding nodig hebt. Onder je kleren zie je er weinig van. Later kan ze soms vervangen worden door een button, een kort dopje op de buik.
Darmsonde
Een darmsonde (ook PEJ of jejunostomie genoemd) loopt door de buikwand rechtstreeks in de dunne darm. Die krijg je als voeding via de maag niet goed lukt. De voeding loopt dan altijd langzaam, met een pomp.
Hoe wordt de voeding gegeven?
Er zijn drie manieren. Welke voor jou geschikt is, bepalen je arts en diëtist.
- Met een voedingspomp loopt de voeding langzaam en gelijkmatig, bijvoorbeeld overdag in een aantal uren of ’s nachts.
- Met een spuit geef je telkens een portie, een paar keer per dag, rond de gewone maaltijden. Dat heet bolusvoeding en kan enkel bij een sonde in de maag.
- Met zwaartekracht hangt de voeding hoger dan jij en regel je met een klemmetje hoe snel ze loopt.
Tijdens de voeding zit je rechtop of lig je met je hoofdeinde omhoog. Blijf zo nog een half uur tot een uur na de voeding. Dat vermindert de kans dat voeding terugkomt of dat je je verslikt. Voor en na elke voeding wordt de sonde gespoeld met water, zodat ze niet verstopt.
De voeding en het materiaal worden meestal aan huis geleverd. Hoe dat gebeurt, regelt het ziekenhuis bij je ontslag.
Wat doet de thuisverpleegkundige?
De thuisverpleegkundige komt langs op de dagen en tijdstippen die we samen afspreken. Bij elk bezoek wordt je identiteitskaart (e-ID) ingelezen, dat is wettelijk verplicht. Afhankelijk van wat je nodig hebt:
- sluiten we de voeding aan en stellen we de pomp in volgens het schema van de diëtist;
- spoelen we de sonde;
- verzorgen we de huid rond de sonde of in de neus;
- maken we medicatie klaar en geven we ze via de sonde;
- volgen we op hoe je de voeding verdraagt: je stoelgang, misselijkheid, je gewicht, je huid;
- leren we jou en je familie wat jullie zelf kunnen doen.
Veel mensen nemen na een tijd een deel zelf over, of laten het doen door hun partner of kinderen. Dat gebeurt rustig, pas als iedereen zich er goed bij voelt. Hoe familie en thuisverpleging elkaar aanvullen, lees je bij mantelzorg en thuisverpleging.
De sonde en de huid verzorgen
Bij een PEG-sonde
De eerste dagen na het plaatsen is er een wondje rond de sonde. Dat wordt dagelijks gecontroleerd, proper gemaakt en goed gedroogd, volgens de instructies van het ziekenhuis. Is het wondje genezen, dan volstaat dagelijks wassen met water en goed afdrogen.
Bij een PEG-sonde vraagt het ziekenhuis vaak om de sonde elke dag even te draaien en licht in en uit te bewegen. Zo groeit ze niet vast in de maagwand. Bij een darmsonde mag dat niet. Volg altijd de uitleg die je van het ziekenhuis kreeg. De verpleegkundige kijkt mee.
Bij een neussonde
De pleister wordt geregeld vervangen en telkens op een iets andere plek gekleefd, zodat de huid niet kapot gaat. We controleren je neusvleugel op drukplekjes. Mond en lippen verzorgen hoort er ook bij, zeker als je weinig of niet eet.
Op de sonde staat een streepje of cijfer ter hoogte van je neus. Dat moet op dezelfde plek blijven. Is de sonde verschoven, heb je ze deels uitgehoest of twijfel je, geef dan geen voeding en neem contact op met je huisarts of de verpleegkundige.
Medicatie via de sonde
Niet elke pil mag geplet worden. Sommige tabletten werken vertraagd of hebben een beschermlaag. Als je ze plet, werken ze anders of te snel. Vraag daarom aan je apotheker of arts welke medicatie via de sonde mag. Vaak bestaat er een siroop of een tablet die oplost in water.
Enkele vaste regels. Zet de voeding even stil. Geef elk geneesmiddel apart en spoel tussendoor met water. Meng nooit medicatie in de voeding zelf. De thuisverpleegkundige doet dit voor je of leert het aan. Moet je medicatie per dag of per week klaargezet worden, dan kan dat ook: zie klaarzetten en toedienen van medicatie.
Problemen herkennen
De meeste ongemakken zijn goed op te lossen. Deze komen het vaakst voor:
- Een verstopte sonde. Spoel met lauw water met een spuit en beweeg zachtjes heen en weer. Gebruik nooit kracht en steek nooit iets in de sonde. Lukt het niet, bel dan.
- Misselijkheid of een opgeblazen gevoel. Ga rechtop zitten. Vaak helpt het om de voeding trager te laten lopen, in overleg met de diëtist.
- Diarree of verstopping. Dat kan vaak opgelost worden door het schema of de soort voeding aan te passen.
- Een rode, gezwollen of pijnlijke huid rond de PEG-sonde, of lekkage langs de sonde.
Neem meteen contact op met je huisarts of het ziekenhuis als je koorts krijgt, als je hoest of kortademig wordt tijdens of na de voeding, als je blijft braken of als de voeding pijn doet. Is een PEG-sonde eruit gekomen, bel dan meteen. De opening kan snel dichtgaan. Leg er intussen een proper kompresje op.
Samenwerking met diëtist en arts
Sondevoeding is teamwerk. Je arts schrijft de voeding en de verpleegkundige zorg voor. De diëtist bepaalt welke voeding je krijgt, hoeveel en volgens welk schema. De thuisverpleegkundige ziet je het vaakst en geeft door wat opvalt: je gewicht, je huid, hoe je de voeding verdraagt. Zo kan het schema bijgestuurd worden wanneer dat nodig is. We overleggen daarvoor met jou, je familie en je behandelende arts.
Veelgestelde vragen
Kan je nog eten met sondevoeding?
Soms wel. Dat hangt af van de reden waarom je sondevoeding krijgt. Als slikken veilig is, kan je vaak nog kleine hoeveelheden eten of drinken voor de smaak. Je arts, en soms een logopedist, zegt wat voor jou kan.
Hoe lang kan iemand sondevoeding krijgen?
Zo lang als nodig. Voor sommige mensen is dat enkele weken, voor anderen jaren. Een neussonde is bedoeld voor een korte periode, een PEG-sonde voor langer. Je arts bekijkt geregeld of de sonde nog nodig is.
Wat zijn de nadelen van sondevoeding?
Een neussonde kan in het begin wat irriteren in de keel. Sommige mensen hebben last van diarree of een vol gevoel, zeker in de eerste weken. En je mist het gewone eten, ook samen aan tafel. Praat daarover: veel ongemakken worden minder door kleine aanpassingen.
Hoeveel kost sondevoeding?
Voor de voeding en het materiaal bestaat een tegemoetkoming van het ziekenfonds. Je arts vraagt die aan. De verpleegkundige zorg regelt JJCare rechtstreeks met je ziekenfonds, zonder remgeld. Meer uitleg vind je bij thuisverpleging en je ziekenfonds.
Heb je een voorschrift nodig voor sondevoeding thuis?
Voor de verpleegkundige zorg bij sondevoeding is sinds november 2025 in de regel geen voorschrift meer nodig. De voeding en het materiaal zelf regelen je arts of het ziekenhuis. Twijfel je, vermeld het dan gewoon bij je aanvraag.
Zorg aanvragen
JJCare werkt het hele jaar door, 7 dagen op 7, in Diksmuide, Kortemark, Staden, Houthulst, Hooglede, Koekelare en Roeselare. Heb je vragen of wil je zorg aanvragen? Je kan ons bellen op +32 51 79 27 51 of het formulier invullen.