Een doorligwonde, ook decubitus of drukletsel genoemd, is schade aan de huid en het weefsel eronder door druk of schuiven die te lang op dezelfde plek blijft. Je voorkomt ze vooral door regelmatig van houding te veranderen, de huid droog en verzorgd te houden, goed te eten en te drinken, en de hielen en het zitvlak te ontlasten. Zie je een rode plek die niet wegtrekt als je erop drukt, verwittig dan de verpleegkundige of de huisarts.
Hoe ontstaat een doorligwonde?
Wie lang ligt of zit, drukt met zijn gewicht de kleine bloedvaatjes in de huid dicht. Het weefsel krijgt dan te weinig zuurstof en voeding, en raakt beschadigd. Ook schuiven speelt mee: wie onderuitzakt in de zetel of in bed, of over het laken getrokken wordt, trekt de huid mee en beschadigt de lagen eronder.
Gezonde mensen voelen die druk als ongemak en veranderen vanzelf van houding, ook in hun slaap. Wie ziek, verzwakt of verlamd is, lukt dat niet altijd. Soms is de druk hoog genoeg om op enkele uren schade te geven. En soms begint de schade diep, zodat je aan de buitenkant pas later iets ziet.
Waar ontstaan ze meestal?
Vooral op plaatsen waar het bot dicht onder de huid ligt: het stuitje, de hielen, de heupen, de zitbeenderen, de ellebogen, de schouderbladen, het achterhoofd en de oren. Ook onder medisch materiaal kan een drukplek ontstaan, bijvoorbeeld onder een zuurstofbril, een sonde of een kous die te strak zit.
Wie loopt meer risico?
De kans is groter bij iemand die:
- veel in bed of in de zetel zit en moeilijk zelf van houding verandert, bijvoorbeeld na een operatie of een beroerte,
- minder gevoel heeft, zoals bij diabetes of verlamming, en de pijn van druk dus niet voelt,
- een vochtige huid heeft door incontinentie of zweten,
- slecht eet, vermagert of te weinig drinkt,
- een slechte doorbloeding heeft,
- ouder is, of al eerder een doorligwonde had,
- ernstig ziek of verward is, en niet kan zeggen dat iets pijn doet.
Bij mensen met diabetes is de huid extra kwetsbaar. Meer daarover lees je bij diabeteszorg aan huis.
De vier categorieën in gewone taal
Zorgverleners delen doorligwonden in volgens ernst. Je hoort ook wel “graad” of “fase”, maar ze bedoelen hetzelfde.
Categorie 1: rode plek die niet wegtrekt
De huid is nog heel, maar er is een rode plek die blijft als je erop drukt. Vaak voelt ze warm, hard of pijnlijk aan. Op een donkere huid zie je de roodheid moeilijker, let daar dan vooral op verkleuring, warmte en pijn. Dit is het moment om in te grijpen: als de druk weg is, kan de huid nog volledig herstellen.
Categorie 2: blaar of oppervlakkige wonde
Er is een blaar, of de bovenste huidlaag is weg. Het ziet eruit als een ondiep, roze schaafwondje.
Categorie 3: diepere wonde
De huid is over de volledige dikte weg en je kan het vetweefsel eronder zien. Soms ligt er geel of zwart dood weefsel in de wonde.
Categorie 4: wonde tot op spier of bot
Een diepe wonde waarin spier, pees of bot zichtbaar is.
Daarnaast bestaan er nog twee vormen. Soms is een wonde zo bedekt met een korst of dood weefsel dat niemand kan zien hoe diep ze is. En soms is de huid nog heel, maar paars of donkerbruin verkleurd: dan zit er schade in de diepte.
De vingertest
Druk met je vinger een paar seconden zacht op een rode plek en laat los. Wordt de huid even wit en daarna terug rood, dan trekt de roodheid weg en is dat meestal nog geen doorligwonde. Blijft de plek rood terwijl je drukt, dan gaat het om categorie 1. Ontlast die plek dan volledig en verwittig de verpleegkundige.
Wat je als familie zelf kan doen
Regelmatig van houding veranderen
Dit is het belangrijkste. In bed is om de twee à vier uur wisselen een gangbare richtlijn, maar hoe vaak precies hangt af van het risico en de matras. Vraag het aan de verpleegkundige. Wissel tussen rug en zij. Lig niet recht op de heup, maar een beetje schuin, met een kussen in de rug. Een kussen tussen de knieën voorkomt dat de knieën tegen elkaar drukken. Zet het hoofdeinde van het bed niet hoger dan nodig, behalve tijdens het eten, want hoe rechter iemand zit, hoe meer druk op het stuitje.
In de zetel of rolstoel: laat iemand die het kan om het kwartier of halfuur even verzitten, het gewicht van de ene bil naar de andere verplaatsen of even rechtstaan. Wie dat niet zelf kan, blijft best niet te lang aan één stuk zitten. De voeten staan op de grond of op een voetsteun.
Schuiven vermijden
Trek niemand over het laken omhoog. Til, of gebruik een glijzeil. Zorg dat iemand niet onderuitzakt, in bed noch in de zetel. Hou lakens glad en haal kruimels, knopen of slangetjes onder het lichaam weg.
De hielen vrij leggen
Hielen krijgen snel een drukplek. Leg een kussen in de lengte onder de kuiten, zodat de hielen net boven de matras zweven en de knie licht gebogen is.
De huid verzorgen
Bekijk de huid elke dag, bijvoorbeeld bij het wassen. Gebruik een milde zeep of een zeepvervangend middel en dep goed droog, ook in de plooien. Smeer een droge huid in. Bij incontinentie is snel verversen belangrijk, en een beschermende crème kan helpen. Vraag de verpleegkundige of apotheker welke.
Masseer of wrijf niet over een rode plek. Dat werd vroeger aangeraden, maar het beschadigt het weefsel verder.
Goed eten en drinken
Een verzwakt lichaam herstelt trager. Zorg voor voldoende eiwitten bij elke maaltijd, zoals vlees, vis, eieren, zuivel of peulvruchten. Liever enkele kleine maaltijden dan drie grote. Laat voldoende drinken, tenzij de arts iets anders heeft gezegd. Valt iemand af of eet hij veel minder, bespreek het dan met de huisarts.
Het juiste materiaal
Een drukverminderende matras of een aangepast zitkussen verdeelt het gewicht beter. Je vindt ze onder meer via de uitleendienst of thuiszorgwinkel van je ziekenfonds, in een zorgwinkel of bij de apotheek. Vraag de verpleegkundige welk type past. Gebruik geen ringkussen of opgeblazen band: die verplaatsen de druk naar de rand en remmen de doorbloeding.
Blijven bewegen
Laat iemand zoveel mogelijk zelf doen: even rechtstaan, een paar stappen zetten, de benen en voeten bewegen in bed. Elke beweging telt.
Wanneer haal je de verpleegkundige of huisarts erbij?
Verwittig de verpleegkundige of de huisarts als je dit ziet:
- een rode plek die niet wegtrekt bij de vingertest,
- een blaar, een open plekje of een paarse of zwarte verkleuring,
- pijn op een drukplek,
- een wonde die ruikt, etter afscheidt, warm en gezwollen is, of koorts. Bel dan de huisarts.
Verzorg een open doorligwonde niet zelf met middeltjes uit de kast. De thuisverpleegkundige beoordeelt de wonde, kiest in overleg met de huisarts de juiste verzorging en volgt ze op. Meer daarover lees je bij wondzorg aan huis. Tijdens elk bezoek let ze ook op de huid op andere drukplaatsen en geeft ze advies over houding en materiaal. Bij hygiënische zorg gebeurt die controle vanzelf mee.
Veelgestelde vragen
Is decubitus gevaarlijk?
Een doorligwonde doet vaak pijn en geneest traag. Een diepe wonde kan ontsteken, en een infectie kan zich verder in het lichaam verspreiden. Daarom is vroeg ingrijpen belangrijk: een wonde in categorie 1 herstelt meestal als de druk weg is.
Welke zalf helpt tegen doorligwonden?
Er is geen zalf die een doorligwonde voorkomt. Druk wegnemen is de enige echte oplossing. Bij incontinentie kan een beschermende crème de huid helpen. Op een open wonde komt enkel wat de verpleegkundige of arts kiest.
Hoe lang duurt het voor een doorligwonde geneest?
Dat verschilt sterk. Een rode plek kan op enkele dagen verdwijnen als ze goed ontlast wordt. Een diepe wonde kan weken tot maanden nodig hebben, afhankelijk van de algemene gezondheid, de voeding en de doorbloeding.
Kan je doorligwonden altijd voorkomen?
Niet altijd. Bij iemand die zwaar ziek is of in de laatste levensfase zit, is de huid soms zo kwetsbaar dat een wonde ontstaat ondanks goede zorg. Dan staat comfort voorop. Meer daarover lees je bij palliatieve zorg thuis.
Zorg aanvragen
Heb je vragen over doorligwonden of wil je zorg aanvragen? Je kan ons bellen op +32 51 79 27 51 of het formulier om zorg aan te vragen invullen.