Een zorgkundige helpt patiënten en bewoners bij de dagelijkse zorg, zoals wassen, aankleden, eten en bewegen, en mag daarnaast een wettelijk vastgelegde lijst van verpleegkundige taken uitvoeren. Dat gebeurt altijd binnen een vast zorgteam en onder toezicht van een verpleegkundige, die de taken delegeert en verantwoordelijk blijft. Technische zorg zoals wondzorg, inspuitingen en infusen blijft voor de verpleegkundige.
Wat is een zorgkundige?
Zorgkundige is een erkend gezondheidszorgberoep in België. Een zorgkundige heeft een erkende opleiding gevolgd, is geregistreerd en heeft een visum. Zorgkundigen werken in ziekenhuizen, woonzorgcentra en in de thuisverpleging.
Een zorgkundige werkt nooit op zichzelf. De taken worden gedelegeerd door een verpleegkundige, binnen een gestructureerd team. Dat kan een verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg zijn (de bachelor), of een basisverpleegkundige. De verpleegkundige beslist welke zorg aan de zorgkundige kan worden toevertrouwd, volgt op en is bereikbaar. Ze hoeft niet bij elke handeling fysiek aanwezig te zijn.
Welke taken mag een zorgkundige uitvoeren?
De lijst staat in een koninklijk besluit van 12 januari 2006, dat in 2019 werd uitgebreid. Hieronder staan de taken in gewone taal, per thema.
Observeren en begeleiden
- veranderingen opmerken en doorgeven, lichamelijk, psychisch en sociaal, in het dagelijkse leven,
- de patiënt en zijn familie informeren en advies geven, volgens het zorgplan,
- de patiënt en zijn omgeving bijstaan in moeilijke momenten.
Hygiëne en comfort
- hygiënische verzorging bij iemand die hulp nodig heeft bij dagelijkse activiteiten, volgens het zorgplan,
- mondzorg,
- een geheelde stoma verzorgen, als er geen wondzorg nodig is,
- iemand in een goede houding brengen met hulpmiddelen, en daar toezicht op houden,
- iemand verplaatsen of vervoeren, volgens het zorgplan,
- maatregelen toepassen om vallen en letsels, infecties en doorligwonden te voorkomen.
Eten, drinken en medicatie
- helpen bij eten en drinken langs de mond,
- opletten of iemand genoeg drinkt en problemen melden,
- helpen bij het innemen van medicatie langs de mond, als een verpleegkundige of apotheker die heeft klaargezet.
Metingen en observaties
- de pols en de lichaamstemperatuur meten en doorgeven,
- de werking van een blaassonde in het oog houden en problemen melden,
- helpen bij het niet-steriel opvangen van bijvoorbeeld urine of stoelgang voor een staal.
Steunkousen
- steunkousen uit- en aandoen bij aderproblemen aan de benen. Compressietherapie met elastische verbanden hoort daar niet bij.
De vijf extra taken sinds 2019
Sinds 1 september 2019 mag een zorgkundige vijf bijkomende taken uitvoeren:
- parameters meten, zoals de bloeddruk, en de bloedsuiker met een vingerprik, en de resultaten tijdig doorgeven aan de verpleegkundige,
- medicatie toedienen die een verpleegkundige of apotheker heeft voorbereid, via de mond (ook inhalatie), als zetpil, als oog- of oordruppels of via de huid, met uitzondering van verdovende middelen,
- voeding en vocht toedienen langs de mond,
- stoelgang die vastzit (fecalomen) manueel verwijderen,
- verbanden en kousen uit- en aandoen ter voorkoming of behandeling van aderproblemen.
Die extra taken mag een zorgkundige enkel uitvoeren als ze in de opleiding zaten, dus bij wie na 1 september 2019 afstudeerde met die handelingen in het programma, of als de zorgkundige een bijkomende opleiding volgde. Wie vroeger afstudeerde zonder die bijscholing, blijft bij de oorspronkelijke lijst.
Wat mag een zorgkundige niet?
Alles wat niet op de lijst staat, blijft voor de verpleegkundige. Een zorgkundige doet onder meer geen:
- wondzorg aan open wonden,
- inspuitingen zoals insuline,
- infusen en intraveneuze therapie,
- sondevoeding,
- het klaarzetten van medicatie, en ook geen toediening van verdovende middelen,
- verpleegkundige beoordeling of zorgplan. Dat blijft de taak van de verpleegkundige.
Ziet een zorgkundige tijdens de zorg iets dat niet klopt, zoals een rode plek, een wonde of een patiënt die verward is, dan meldt ze dat aan de verpleegkundige.
Verschil tussen zorgkundige, verpleegkundige en verzorgende
De verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg heeft een bachelordiploma. Ze stelt de verpleegkundige diagnose op, maakt het zorgplan en voert alle technische verpleegkundige zorg uit, zoals wondzorg, inspuitingen en infusen.
De basisverpleegkundige is een nieuwere titel, voor wie de graduaatsopleiding verpleegkunde volgde. Ze voert de zorg uit volgens het plan van de verpleegkundige, en werkt in minder complexe situaties zelfstandig. In complexere situaties werkt ze nauw samen met de bachelorverpleegkundige of de arts.
De zorgkundige voert gedelegeerde taken uit van de lijst hierboven, onder toezicht van een van beide.
Een verzorgende werkt meestal in de gezinszorg, een dagopvang of een voorziening voor personen met een handicap. Ze helpt bij het dagelijkse leven: persoonlijke verzorging, koken, boodschappen, het huishouden. De verpleegkundige taken van de lijst hierboven zijn voorbehouden aan de zorgkundige, die daarvoor opgeleid is en onder de verantwoordelijkheid van een verpleegkundige werkt.
Wat is er recent veranderd?
De verpleegkunde in België wordt de voorbije jaren hervormd, met een zorgladder van zorgkundige tot verpleegkundig specialist. Voor de zorgkundige betekent dat:
- De titel zorgkundige blijft bestaan. Een zorgkundige kan nu ook werken onder delegatie van een basisverpleegkundige, niet alleen van een bachelorverpleegkundige.
- Sinds 1 januari 2024 kunnen teams van thuisverpleegkundigen zorgkundigen ruimer inzetten, in lijn met de uitgebreide takenlijst van 2019.
- Sinds 1 januari 2024 mag een zorgkundige in de thuisverpleging ook palliatieve patiënten verzorgen, op voorwaarde dat een verpleegkundige minstens dagelijks een controlebezoek doet.
- Sinds 1 juli 2026 is de basisverpleegkundige ook opgenomen in de regels voor de terugbetaling van thuisverpleging.
De takenlijst van de zorgkundige zelf werd sinds 2019 niet meer uitgebreid. De actuele versie vind je bij de FOD Volksgezondheid.
Een zorgkundige in de thuisverpleging
Een team van thuisverpleegkundigen kan onder strikte voorwaarden van het RIZIV zorgkundigen opnemen. Voor de patiënt verloopt dat zo: een verpleegkundige komt eerst langs, beoordeelt de situatie en beslist of een deel van de zorg, bijvoorbeeld hulp bij wassen en aankleden, aan een zorgkundige kan worden toevertrouwd. De verpleegkundige blijft verantwoordelijk, maakt afspraken over controlebezoeken en blijft bereikbaar. De technische zorg, zoals wondzorg of het klaarzetten van medicatie, blijft bij de verpleegkundige.
Wil je weten wat een thuisverpleegkundige allemaal doet, en hoe een bezoek verloopt? Dat lees je bij wat een thuisverpleegkundige doet.
Veelgestelde vragen
Wat doet een zorgkundige in een woonzorgcentrum?
In een woonzorgcentrum gelden dezelfde wettelijke taken. In de praktijk gaat het vooral om hulp bij wassen, aankleden, eten en bewegen, het voorkomen van vallen en doorligwonden, en het opvolgen van hoe het met de bewoners gaat. De verpleegkundige van het team blijft verantwoordelijk.
Mag een zorgkundige alleen bij een patiënt thuis gaan?
Ja, als ze deel uitmaakt van een gestructureerd team en de verpleegkundige de zorg vooraf aan haar heeft toevertrouwd. De verpleegkundige hoeft niet bij elk bezoek aanwezig te zijn, maar volgt op en is bereikbaar.
Hoe word je zorgkundige?
Via een erkende opleiding tot zorgkundige in het secundair onderwijs of het volwassenenonderwijs. Daarna laat je je registreren als zorgkundige, zodat je het beroep mag uitoefenen.
Kan een zorgkundige doorgroeien tot verpleegkundige?
Ja. Met een graduaatsopleiding kan je basisverpleegkundige worden, met een bacheloropleiding verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg. Ben je verpleegkundige en wil je in de thuisverpleging werken? Lees dan meer over het beroep van thuisverpleegkundige.
Zorg aanvragen
Heb je vragen over de zorg thuis of wil je zorg aanvragen? Je kan ons bellen op +32 51 79 27 51 of het formulier om zorg aan te vragen invullen.